Praten met Hendrik-Jan Melissen, Ambition IT, doet je beseffen dat de wereld van databases ongekend boeiend kan zijn. Vol passie praat hij over het uitdagende bouwproces, de systemen waarmee de data worden gevoed en het belang van de inventarisatieronde. Dagelijks schakelen Hendrik-Jan en zijn medewerkers tussen verschillende klanten en soms tussen verschillende projecten bij een en dezelfde klant. ‘Je moet flexibel zijn, maar dat maakt het ook dynamisch.’ Nog belangrijker vindt hij echter dat de klant en Ambition IT vooraf duidelijkheid hebben over elkaars verwachtingen.
Cruciale eerste ronde
‘Niemand zegt tegen een aannemer: doe maar iets. Niemand bouwt een huis zonder een bouwtekening te laten maken. Hetzelfde geldt voor het bouwen van een database’, stelt directeur Melissen. ‘Wij moeten weten wat de klant verwacht en de klant moet weten hoe wij zijn of haar verwachtingen denken in te lossen. Doe geen aannames. Dénk niet te weten wat de ander wil, maar zorg ervoor dat je het zéker weet. Dat kan alleen als beide partijen de tijd nemen om goed na te denken over wat ze willen en vervolgens met elkaar om de tafel gaan zitten. Liefst met de eindgebruiker erbij, want dat zorgt voor een snellere acceptatie van het product. Simpel gesteld komt het erop neer om in begrijpelijke taal vast te leggen welke gegevens in het systeem gaan, hoe dat systeem er uit gaat zien en welke rapportagegegevens eruit moeten rollen. Die inventariserende eerste ronde is van cruciaal belang. Daarna komt uiteraard de fase van het voortschrijdend inzicht.’
Loslaten om te groeien
Vijftien jaar geleden, in het millenniumjaar, maakte Hendrik-Jan bewust de keuze om zich nog uitsluitend met het ontwerpen en bouwen van databases bezig te houden. Tal van databases verder, wil hij het operationele wat meer loslaten, hoe moeilijk dat voor een controlerend iemand als hij ook mag zijn. ‘Toch wil ik zelf wat minder gaan programmeren. Ik wil minder ín en meer áán mijn bedrijf werken. Loslaten is nodig om te groeien en ik denk dat de tijd er rijp voor is.’
Tekst: Gerda Baeyens
Fotografie: Jan Sprij