Stan bedacht zelf de term voor zijn werk: belevingsarchitectuur. Hij maakt, zoals hij het zelf verwoordt ‘een kunstzinnige vertaling van de zintuiglijke beleving’. Daarvoor zet hij beeld in; enorme panoramawanden die bestaan uit honderden aan elkaar gekoppelde foto’s. Maar ook de andere zintuigen worden door hem aangesproken, met kleur, geur en geluid.
Betegelen is duurder
‘Een fabriekshal kun je omtoveren tot een fris, rustgevend bos, een hotellobby krijgt koninklijke allure en het zwembad wordt en tropische lagune. Alles is mogelijk. Waar eerst kale wanden waren, is nu een totaal andere beleving. Ik heb mijn techniek zo verfijnd dat de beelden haarscherp blijven. En betaalbaar, betegelen is vaak duurder. Ik hou van storytelling. Bij bedrijven verdiep ik me in het DNA en de roots, waardoor ik op ideeën kom. Ik kan er bijvoorbeeld een stukje historie in verwerken of foto’s van werknemers die heel subtiel in het beeldlandschap opduiken. De ‘modellen’ hoeven niet mee op reis, die fotografeer ik met een green screen en fotoshop ik erin. Zo krijg je een origineel en persoonlijk interieur.’
Geen bak water
Stan is opgeleid tot grafisch ontwerper, werkte een tijdlang in de reclame en kwam 25 jaar geleden in de zwembadenbranche terecht. ‘Bij The Art of Living Well was ik al bezig met beleving. Wanneer iemand droomt van een zwembad, denkt hij niet aan een bak water, maar aan vakantie, met azuurblauw water en wuivende palmen. In Den Bosch vormt ons pand een 2500 m2 grote showroom, vol wellness en leisure invullingen. Ik merkte dat ik steeds meer tijd besteedde aan het vormgeven en wilde me daar totaal op focussen. Dus verkocht ik mijn deel aan de compagnons. Het pand vormt nog wel de showroom waar veel van mijn werk te zien en te beleven is.’
De besten van de klas
‘Mijn panoramawanden kunnen op zichzelf staan, maar ook deel uit maken van een totale belevingsarchitectuur. Daarvoor bedenk ik scènes, waarvoor ik samenwerk met de besten van de klas, zoals een vloeren-, en geurenspecialist en een engineer in domotica. Dat is een sturingssysteem waaraan in ons geval alle belevingsfactoren worden gekoppeld. Als je op de knop drukt komt de scène automatisch tot leven. Een voorbeeld van belevingsarchitectuur is de strandkamer in het Corendon Vitality Hotel in Amsterdam. Daar waan je je aan het strand, met 360° foto’s van het Turkse Antalya op de wand. Liggend in een strandstoel, hoor je de zee, ruik je zonnebrandcrème en komt er een verkoelend zeebriesje over je heen. Door werking van het licht maak je een zonsopgang en -ondergang mee. De vloer is van strandzand. Dat lijkt levensecht maar is van hypoxie, uitgeharde kunststof. Ik heb er kleine details in aangebracht, zoals voetstappen en schelpen.’
Expeditie
‘Een ander voorbeeld is de selfness ruimte bij hotel Van de Valk in Lent. Daar stap je binnen in de blue lagoon van IJsland. Je ziet het Noorderlicht voorbijkomen, ruikt de zilte zeelucht en de vloer is van lava.’ De foto’s voor de panoramawanden maakt Stan zelf. ‘Daarvoor reis ik veel. Met één foto ben ik ruim 2,5 uur bezig. Ik heb een enorme camera met een gigantische lens op een joekel van een statief. Dat zeul ik mee de zee, het bos of het ijslandschap in; een heuse expeditie! Vaak op inheemse plaatsen, mensen weten niet wat ze zien. Vrijdag vertrek ik naar Zanzibar.’
Tekst: Henrike Brouwer
Fotografie: Stan de Haas