De liefde voor verf stroomt door Geert zijn aderen: zijn vader had een succesvol schildersbedrijf in Vught. Zelf volgde hij een chemische opleiding op de hogere laboratoriumschool in Oss. Na diverse banen in verflaboratoria kwam de Boxtelaar in 1990 op de researchafdeling van Baril terecht. Tien jaar later werd hij daar mede-eigenaar en sinds 2013 is hij de enige eigenaar. ‘Vijf jaar geleden heb ik een statement gemaakt: waar het groen kan, doen we het. Hoewel er vanuit de markt geen enkele vraag naar biobased verf was, wilde ik deze toch per se ontwikkelen.’ Als ondernemer maakt Geert vaak net andere keuzes. Zo focust hij zich op de one planet-gedachte. ‘We hebben één planeet, en we moeten als bedrijf binnen de grenzen van deze planeet blijven.’
Groen is doen
Eigenlijk zou ieder product een groen en even betaalbaar alternatief moeten hebben, vindt Geert. Zo ook voor verf. Maar liefst vier jaar lang werd er op de Research & Development afdeling van Baril aan de biobased verf gewerkt. ‘Groen is doen. Dus ook je nek uitsteken en investeren.’ De keuze om ‘de groenste verf van Nederland’ te ontwikkelen begint nu zijn vruchten af te werpen. ‘Groothandelaren en schilders raken steeds meer overtuigd. Vaak moeten ze wennen dat onze verf reukloos is; maar minder oplosmiddel is juist veel gezonder. Bovendien kunnen schilders zichzelf profileren als groene schilder. Daarom zijn we een campagne gestart om hen met een website en gepersonaliseerd promotiemateriaal daarin te ondersteunen.’ Volgens Geert hoeft in het schap niet meer de keuze te worden gemaakt tussen groen, prijs en kwaliteit. ‘Onze verven zijn niet alleen gemaakt van natuurlijke grondstoffen, ze zijn kwalitatief ook beter.’ Want kwaliteit, daar draait het volgens de ondernemer uiteindelijk om. ‘Niemand koopt een oncomfortabele ecoplastic stoel of een biologische hamburger die nergens naar smaakt. Daarom moet je jezelf iedere dag uitdagen om het weer een beetje beter te doen: qua duurzaamheid, efficiency én kwaliteit.’
Bescheiden salaris
Niet alleen het milieu ligt de verfpionier na aan het hart, ook zijn medewerkers. In het bedrijf wordt dan ook veel waarde gehecht aan sociale cohesie en duurzame inzetbaarheid. Geert illustreert: ‘Ik heb een medewerker die dagelijks 30 km heen en weer op de fiets aflegt naar onze fabriek. We hebben uitgerekend dat dit inmiddels 168.000 kilometers op de teller zijn. Het zijn er nog zo’n 48.000 tot aan zijn pensioen, maar hij wordt inmiddels ook een dagje ouder. Daarom hebben wij hem een elektrische fiets gegeven. Daarmee vangen we twee vliegen in één klap: CO2-besparing én een positieve bijdrage aan zijn vitaliteit.’ Het ondernemerschap is voor Geert niet gericht op het vullen van zijn zakken. ‘Het draait bij mij om de vraag: hoe vul ik mijn leven in?’ Dat wil niet zeggen dat alle bedrijfsbeslissingen nu al 100 procent duurzaam zijn. ‘Mijn twee zoons, die in het bedrijf zijn gestapt, willen soms nóg sneller vergroenen. Je moet echter ook eerst het geld verdienen om de transitie naar de verduurzaming te bekostigen.’ Geert keert zichzelf een relatief bescheiden salaris uit, waar wellicht andere directeuren de neus voor zouden ophalen. Liever steekt hij zijn geld in duurzame oplossingen én zijn medewerkers. ‘Mijn personeel wordt ruim boven de cao betaald. Geld mag niet de reden zijn om hier weg te gaan. Daar verwacht ik uiteraard wel een goede inzet voor terug.’
Voedseltuin
Inmiddels heeft de bevlogen ondernemer zijn rijtjeshuis wel ingeruild voor een vrijstaande woning. ‘Deze is volledig gebouwd van hout: het is als het ware een testcase voor onze verf. Iedere centimeter is voorzien van onze lak. Zo kan ik met eigen ogen de levensduur blijven monitoren.’ De komende jaren gaat Geert zich concentreren op de recente uitbreiding van de exportgebieden in Europa, de overdracht van de onderneming aan zijn zoons en de realisatie van een nieuw laboratorium om de ‘vergroeningsambitie’ van product en proces te ondersteunen. Daarnaast zet hij zich in voor een andere droom: het realiseren van een voedseltuin op het braakliggende terrein van 6.000 m2 naast zijn fabriek in Etten-Leur. ‘Op deze grond wil ik mensen uit de omgeving laten tuinieren om zo de biodiversiteit te stimuleren en voedsel laten verbouwen voor de Voedselbank.’ Inmiddels ligt het plan ter goedkeuring bij de gemeente. ‘Mocht er geen vergunning komen, dan ga ik het terrein vol bomen planten. Samen met onze zonnepanelen kan ik op die manier de volledige CO2-uitstoot van mijn bedrijf compenseren. Voor mij voelt de cirkel dan pas echt rond.’
Tekst: Linda Groothuijse
Fotografie: Kees Bennema