1. Vervang oude verlichting
Verlichting slurpt vaak meer energie dan je denkt. Zeker in kantoren, werkplaatsen of magazijnen waar het licht de hele dag brandt. Door oude TL-buizen te vervangen door LED-varianten bespaar je energie en hoef je minder vaak lampen te vervangen.
In veel gevallen kun je gewoon je bestaande armaturen gebruiken en er een LED TL buis in draaien. Geen hak- en breekwerk, gewoon lamp eruit, lamp erin. Snel gedaan, en je merkt meteen verschil op de energierekening.
2. Gebruik sensoren
Licht dat brandt waar niemand is, is zonde. Denk aan gangen, toiletten of vergaderruimtes. Bewegings- of daglichtsensoren regelen het automatisch: alleen licht als het nodig is.
Het kost niet veel en het werkt direct. Bovendien gaat je verlichting langer mee, omdat hij minder branduren heeft.
3. Kijk naar je verwarming en koeling
Veel installaties staan onnodig hoog of laag afgesteld. Een graadje minder verwarmen of een paar graden slimmer koelen scheelt al snel energie. Met een programmeerbare thermostaat of een eenvoudig slim systeem kun je dat makkelijk regelen.
Laat ook eens checken of je installatie goed loopt. Vaak valt er zonder grote ingrepen nog wat te winnen.
4. Let op sluipverbruik
Apparaten in stand-by, printers, koffiemachines, computers: het lijkt niets, maar het tikt aan op je energierekening. Stekkerdozen met schakelaar of timers zijn een eenvoudige oplossing.
En betrek je medewerkers erbij. Vaak is het bewust uitzetten van apparatuur al een groot verschil.
5. Profiteer van regelingen
Veel energiebesparende investeringen vallen onder regelingen zoals de Energie-investeringsaftrek. Dat verkort de terugverdientijd. Als je slim plant, verdien je een groot deel van je investering snel terug.
Je hoeft geen verbouwing te doen om meteen resultaat te zien. Met een paar simpele maatregelen bespaar je energie, verlaag je de kosten en maak je je pand toekomstbestendig. Klein beginnen kan dus prima, en het effect merk je eerder dan je denkt.